De wijn en spijsformule: TIM

Het matchen van de juiste wijn bij een gerecht hoeft niet ingewikkeld te zijn. Om dit proces eenvoudig en meetbaar te maken, heb ik de TIM-methode ontwikkeld. Deze methode is gebaseerd op de bekende smaaktheorie van Peter Klosse, maar vertaald naar een praktisch stappenplan.

Met TIM ken je aan zowel het gerecht als de wijn een score toe van 1 tot 5 op drie criteria. Zo zie je in één oogopslag of de combinatie in balans is én hoe je deze eventueel kunt aanpassen.

De Drie Criteria van TIM (Score 1 tot 5)
Type, Intensiteit en mondgevoel

1. Smaak-Type (1 = Fris | 5 = Rijp)

Dit geeft het karakter aan van de smaken op de schaal van fris naar rijp:

  • Score 1 (Fris): Licht en lente-achtig, zoals salade, meloen of lichte vis.
  • Score 5 (Rijp): Donker, warm en diep, zoals stoofgerechten (Boeuf Bourguignon).
  • Score 2, 3, 4: Alles wat zich hiertussen bevindt.

2. Smaak-Intensiteit (1 = Licht/Zwak | 5 = Zeer krachtig)

Hoe sterk en uitgesproken is de smaak aanwezig?

  • Score 1 (Licht/Zwak): Een heel subtiel, verfijnd gerecht of een lichte wijn.
  • Score 5 (Zeer krachtig): Een robuust, intens gerecht of een zware, geconcentreerde wijn.
  • Het doel: Zorg dat de score van de wijn overeenkomt met de score van het gerecht, zodat de één de ander niet overstemt.

3. Mondgevoel (1 = Strak/Fris/Drogend | 5 = Romig/Rijk/Filmend)

Het mondgevoel bepaalt de structuur en textuur in je mond:

  • Score 1 (Strak/Fris): Een hoog zuurgehalte, knapperig of een drogend/samentrekkend gevoel (zoals tannines in rode wijn).
  • Score 5 (Rijk/Filmend): Vol, romig, zacht en vullend.
  • Belangrijke spelregels bij het matchen:
    • Drogend mondgevoel (Lage score): Bij een samentrekkende/drogende rode wijn kies je voor een gerecht met een hoog eiwit- of vetgehalte om het drogende effect te neutraliseren.
    • Zoetheid: Is het gerecht zoet? Zorg dat de wijn altijd zoeter is dan het gerecht om te voorkomen dat de wijn schraal of zuur smaakt.

Scoor het gerecht en de wijn op de schaal van 1 tot 5 en vergelijk de uitkomsten:

AspectGerecht (1–5)Wijn (1–5)Opmerking / Match
Smaaktype1 = Fris
5 = Rijp
1 = Fris
5 = Rijp
Bij voorkeur een gelijke score
Smaakintensiteit1 = Zwak
5 = Sterk
1 = Zwak
5 = Sterk
Wijnscore ≈ Gerechtscore
Mondgevoel1 = Strak/Drogend
5 = Romig/Filmend
1 = Strak/Drogend
5 = Romig/Filmend
Bij drogend (tannines): kies gerecht met eiwit/vet
Zoet (optioneel)Zoetheid van gerechtZoetheid van wijnWijn moet zoeter zijn dan het gerecht

Richtlijn: De TIM-methode geeft je een heldere houvast via de 1–5 schaal, maar laat altijd ruimte voor persoonlijke interpretatie. Het belangrijkste is dat de cijfers in balans zijn voor een plezierige eet- en drinkervaring

3-9-3026